Posts tonen met het label de wereld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de wereld. Alle posts tonen

Het Noorden
6.2.2016


Ik was in Noorwegen en ik tolkte,


wandelde,


en wandelde nog (veel) meer.

En opeens was het dinsdag. Na twee weken Noord-Noorwegen was ik opeens in Oslo, dat was niet het plan en veel te vroeg dacht ik, maar ik was in Oslo. Iedereen die ik wilde zien zag ik, alles wat ik wilde doen deed ik en alles wat ik wilde eten at ik. Ik sliep op mijn oude kamer, wist precies welke tram of bus ik moest nemen en hoe ik moest lopen en eigenlijk was alles als eerst, maar dan fijner. Ik was in paniek en moest huilen, knuffelde mensen tot blauwe plekken aan toe en zag zo gigantisch op tegen woensdag, naar het vliegveld moeten, terug naar Nederland gaan.

Maar toen was het dinsdag, ik wandelde naar Hanne.

Voorbij de school waar ik tijdens een rommelmarkt de helft van mijn (voormalige) interieur verzamelde, over het gras waar ik heb staan springen van blijdschap nadat ik hem voor het eerst weer kuste, langs het park waar ik ging picknicken met een jongen die ik nooit meer zag (met wie ik wel radslagen ging maken), over het stukje stoep waar ik ooit keihard uitgleed, langs de bushalte waar ik de bus vaker miste dan haalde en het stomme heuveltje omhoog wat ik al zo vaak omhoog liep. Ik huilde niet, glimlachte alleen maar en genoot van Oslo, de stilte, de frisse lucht.

Ik huilde ook niet toen ik mijn spullen inpakte, niet toen ik de trap afliep, niet in de tram naar het station of in de trein naar het vliegveld, niet in het vliegtuig. Gewoon: niet. En dat kwam nog wel onverwachter dan de vier dagen Oslo op zich.

Maar oh, wat ben ik blij om deze woorden te typen. Dat het goed is. Het is goed. Nederland is thuis en Oslo is thuis, maar nu weer even niet. Over een paar maanden is alles gewoon hetzelfde. Dan zie ik iedereen en doe alles wat ik wil en is Oslo gewoon een paar dagen thuis. Thuis, maar niet thuis.

Hoera!
7.12.2015



Vorig weekend was ik in Stockholm. Voor het eerst in ruim drie maanden was ik ergens waar alles aan Oslo doet denken. Ergens waar je snoep kunt scheppen in de supermarkt, waar je Noors kunt praten, waar mensen zich niet met elkaar bemoeien, je door de winkelstraat kunt lopen zonder aangesproken te worden door 20+ verkoopmannetjes, waar kou niet vochtig maar gewoon fijn is, waar de huizen pastelkleuren hebben of van hout zijn, waar je niet alleen kaneelbroodjes maar óók kardemomme- en saffraanbroodjes kunt kopen.

Ik dacht dat ik Zweden niet zo fijn vond, maar toen ik na een weekend fijne huisjes, mooie mensen, Scandinavische klanken en een concert van een lievelingsband weer op het vliegveld zat, natuurlijk met (meer dan) een halve kilo schepsnoep, huilde ik alleen maar en vertelde iedereen die het horen wilde dat ik gewoon in Stockholm wilde blijven. Of in elk geval niet terug naar Nederland.

Zondag was stom, maandag was beter en sinds dinsdag is alles opeens best oké.

Nu verheug ik me zelfs om terug te gaan naar Utrecht (na een weekend bos en kadootjes met papa en mama), op morgenvroeg om 6 uur opstaan om te gaan werken (!), op de halve chocolade letter die nog op me wacht en zelfs op best veel dingen vóórdat ik in januari weer naar Scandinavië vlieg. En aangezien dat al drie maanden de dag is waar ik naar aftelde, vind ik dat best goed nieuws.

Hoera!

3154 km per trein
13.8.2015


Ik Interrailde, maar volgens mij niet heel erg goed. Ik sliep in hostels, kletste met mensen die ik nooit meer zal zien en zat op stoelen die gereserveerd bleken te zijn door iemand die wel zin had gehad om ervoor te betalen, dus ik verplaatste me halverwege een treinrit meer dan eens met mijn backpack en cameratas verder naar een andere rij en een ander nummer.

Maar ik heb nooit op de grond hoeven zitten, ik heb nooit een verkeerde trein genomen, ik was nooit op weg naar een plek waar ik eigenlijk niet naartoe wilde gaan en had altijd vooraf een slaapplek geregeld. En telkens als ik iemand vertelde dat ik me ook wel verheugde op het eindpunt van mijn Interrail-avontuur, uitzoeken wat ik wil, wat nu, hoe verder - keken ze me aan alsof ik gek ben. Hetzelfde geldt voor mij als zij vertelden dat ze 8 maanden reizen, feesten, zuipen en "het liefst niet voor twee uur 's middags opstaan want voor die tijd is elke stad dood, er is nergens meer iets te zien als je al zoveel gezien hebt, weet je".

Ik weet niet of ik te oud ben, te volwassen, te klaar om een fulltime baan te vinden en een vaste vriend en trouwen en kindjes en misschien zelfs wel een huis kopen met een tuin op het platteland, maar om de dag m'n backpack inpakken, telkens weer een nieuw hostel en nieuwe mensen en je best doen om iemand te vinden die mee de stad in wil zodat je niet in je eentje hoeft te eten is niet meer zo mijn ding, denk ik. Het was fantastisch hoor, maar nee. Doe mij maar een baan, een huis en een 3154 kilometer lange roadtrip met precies zulke lange stops als ik zelf wil, zonder hostels waar je een nummertje bent en kamers deelt met Koreanen die midden in de nacht boven het toilet hangen, zonder niet-werkend wifi en vooral met iemand om avondeten mee te eten. Denk ik.

Bratislava, München, Berlijn, Hamburg, Århus, Lund
31.7.2015


Ik ging naar een abrikozenfestival en at abrikozen (in deeg),


keek naar de surfers op de golf die er altijd is,


zat in een fotohokje,


at taart (en bleek toch nog geen fotohokjesexpert te zijn),


kwam terug in Scandinavië


en vond het wel prima toen m'n Interrail er weer op zat. Het was fijn.

2014, januari februari maart april mei juni


Sommige dingen waren niet leuk dit jaar, natuurlijk waren er dingen niet leuk. Ik heb gehuild en meer chocola gegeten dan me lief is, vriendinnen verloren en motivatie en vertrouwen verloren, mezelf (soms) verloren en ik voelde me eenzamer dan ooit, maar dat is niet erg. Want er waren ook mooie dingen, mooie mensen, mooie dagen. Een paar lievelings, van de eerste helft van het jaar (die over het algemeen wel gewoon heel fijn en mooi en goed was, zoals je ook hier kunt zien):

- Op de dag voor mijn laatste examen ooit - het moeilijkste examen ooit ook, het examen wat ik al twee keer niet gehaald had en deze keer móest halen - nam ik de eerste trein naar Gent en kletste, lachte, wandelde en at en dacht geen seconde aan bijwoordelijke bepalingen of voegwoorden van doel of omstandigheid of verhouding. Ik was plots rustiger dan ooit, genoot van de zon en de mooie kleuren van de huizen en de confetti die plots voor onze voeten op straat lag en vond alles - zelfs het nog één keer doorlezen van mijn samenvatting in de trein naar Brussel - plots helemaal leuk.

- Mijn kaartje voor Eurosonic had ik verkocht, maar toch was ik vijf hele dagen in Groningen. Het waren vijf dagen vol fijne mensen, fijne winkels, fijne cafeetjes en fijne muziek, met als hoogtepunt de dag dat ik onverwacht allemaal bekenden tegenkwam en met een mix van mensen bandjes keek en iedereen kletste en lachte.

- In februari en maart schreef ik vooral mijn scriptie, maar op de eerste echt zonnige dag van het jaar nam ik vrij en reed door tunnels en over heuvels naar Maastricht. We aten vlaai aan de Maas, friet aan de Maas, renden over bruggen en zaten midden op het plein nadat we met spiegels licht hadden weerkaatst en met ons hoofd tussen de papieren bloemen dansten. Het was plots lente.

- Na een pauze van bijna twee jaar gaf ik weer Noors les en na de laatste van het seizoen, op de Noorse nationale wafeldag (dus ik was een goede juf en had wafels gebakken), kreeg ik de fijnste woorden en de mooiste tulpen.

- En toen at ik ijs aan de Maas en vloog naar Korea.

- Op de eerste zondag in april, mijn eerste zondag in Korea, nam ik samen met een Koreaanse Erasmus-vriendin de bus van Suwon naar Seoul. Over het algemeen was alles niet zo anders dan in Nederland, maar zo'n volle bus als deze zou bij ons nooit de weg op zijn gemogen. In Seoul was het net zo druk. Flat naast flat naast flat en jongen met bril naast jongen met bril naast jongen met bril en sowieso v-e-e-l mensen, maar plots liepen we na berg op, onder kersenbloesembomen door, toren op en rond en af, weer naar beneden, verder naar beneden en nog verder, naar de Cheonggyecheon-rivier. Er waren nog altijd wolkenkrabbers en veel mensen, maar er was ook water en blauwe lucht en live muziek en we konden kletsen op een bankje zonder te moeten schreeuwen en daar en toen werd ik verliefd op Korea. Of in elk geval verliefd op Seoul.

- Een paar dagen later was ik in Busan, de tweede stad van Korea en nog altijd een met meer dan 4 miljoen mensen. Ondanks de wolkenkrabbers op het strand was het fijn met frisse lucht en zee en meeuwen en toen ik het bos-achtige paadje verderop besloot te volgen kon ik mijn geluk niet meer op. In de miljoenenstad bleek een 4 kilometer lang bospad pal naast de zee te lopen, met het drukke leven slechts enkele meters de andere kant op, maar met meeuwengekwetter in plaats van herrie.

- Terug in Seoul wandelde ik een rondje door 'mural village' Ihwadong, een wijk waar geen enkele muur of baksteen onbeschilderd is en in de lucht en boven de stad en boven de huizen kunstinstallaties zweven. Het is tevens de eerste wijk waar ik plots zomaar uit het niks midden op straat stond te huilen, omdat ik het zo mooi vond (en vind) dat zo'n wijk bestaat, dat er kindjes zijn die daar opgroeien en dat ik en zoveel meer toeristen er gewoon rond mogen lopen. Bla bla.

- In Seoul woonde ik in Hongdae en dat staat gelijk aan veel avonturen, leerde ik. Zo stond ik 's middags midden op straat te huilen (zie vorige punt); 's avonds wandelde ik op blote voeten over een glazen plaat met de grootste speelgoedverzameling die ik ooit zag eronder, op weg naar een kamertje vol instrumenten, een tv en boek vol karaokehits. Anderhalf uur lang zong (oké, schreeuwde) ik de longen uit m'n lijf en alsof dat nog niet genoeg plezier opleverde dronken we daarna cocktails uit plastic zakjes in een cafeetje in de vorm van een robot (!).

- Het was mijn laatste avond in Korea en ik was natuurlijk in Hongdae, in Seoul. Mijn nieuwste hostelmattie had ook nog niet gegeten en lachte bovendien leuk, dus ik nam hem mee op sleeptouw en een klein uur later was onze gigantische wafel-vol-gekleurde-spikkels (met de hilarische naam 'big one') op en speelde het bandje Gangnam Style en konden wij dus plots ook een Koreaans liedje "meezingen". We dansten en lachten en liepen hand in hand terug naar het hostel en ik wilde niet slapen want ik wilde nog helemaal niet weg, dus hij bleef met me wakker.

- Op moederdag nam ik pauze van mijn scriptie, reed met papa en mama naar Zuid-Limburg, had sinds dagen weer schoenen aan in plaats van enkel sloffen (of slippers) en genoot van de groene heuvels en de koeien en de frisse lucht.

- Eind mei was mijn scriptie plots af, voor de deadline nog zelfs, dus ik treinde rustig via Antwerpen naar Brussel en leverde hem in, om vervolgens door te gaan naar Gent en een "feestje voor onbekenden". Iedereen was zo onbekend dat er nauwelijks gekletst werd en we besloten dus maar te gaan. Thuis waren we alleen nog niet, want de friettent onderweg was aantrekkelijker dan een bed en de vloer was lentewarm en we hadden meer dan genoeg om over te kletsen. Uiteindelijk sliep ik zelfs helemaal niet, want precies die nacht vroeg mijn allerleukste Tindermatch me mee uit.

- Het was een voetbalzomer en nadat ik Nederland-Spanje thuis met papa op de bank keek en wist dat ik de derde kwalificatiewedstrijd in een vliegtuig zou zitten, moest en zou ik nummer twee op groot scherm zien. Dus ik treinde naar Nijmegen en samen met een Noorse vriendin die vreesde "dit nooit zo boeiend te kunnen vinden als Noren die langlaufen" stond ik een aantal uur later te juichen. Zij het allerhardst.

- Papa en mama fietsten deze zomer door Nederland, van Den Helder terug naar huis. Mijn laatste dagen in Nederland waren zij in Etten-Leur, dus ik treinde die kant op en sliep ook in een tuinhuisje tussen kippen en prachtige planten, waar de zon 's ochtends vroeg al door kieren op mijn gezicht viel en we Mens, Erger Je Niet'en tot we ons kapot ergerden.

- Op 23 juni verdedigde ik mijn scriptie en kletste daarna met ongeveer al mijn favoriete Belgen en dronk Chimay Bleuekes, terwijl naast me geld achter oren vandaan kwam en alle kaartentrucs onverklaarbaar waren. Ik werd naar het vliegveld gebracht, checkte in en ging door de security en vloog en toen precies daar verhuisde ik dus naar Oslo.

- Een van de eerste dagen in Oslo dronken we geen wijn in zijn tuin, maar wandelden door de botanische tuin zoals ik al eerder vertelde. De planten in de enorme kassen waren prachtig en de vlinders in de vlindertuin misschien nog wel mooier, maar we sloegen alles over en dronken liever koffie en kletsten meer en wandelden door de hele stad om op de hoek bij de speeltuin, tegenover het balkon met in de WK-tijd een oranje vlag en heuse knuffel-leeuw, Doei en Misschien wel tot snel, of niet? - Ja, tot snel, te zeggen.

En toen werd het juli, maar dat komt later. Applaus voor wie dit (zelfs maar half) las,
2014 begon gewoon heel fijn.

Oh, Nederland
4.12.2014

❤ ❤ ❤


Herfst en bakstenen herenhuizen,


de Hema,


op bezoek kunnen bij vriend(inn)en en urenlang kletsen en smikkelen,


boodschappen doen en een koffer vol Tony's, broodbeleg en koekjes,


en vroege ochtendwandelingen door mijn alleslievelingsbos.

NEDERLAND
27.11.2014


Ik ben in Nederland, terug van winter naar herfst en (gekleurde) blaadjes aan de bomen en hoewel ik gisteren in de Hema op Schiphol even gek naar mijn euro's keek en keer op keer weer verbaasd was dat de stem door de luidspreker echt Nederlands sprak is het zo fijn om hier te zijn. Zo fijn om meer dan een pakje witte bonen of vieze pastasaus te kunnen kopen voor € 1, zo fijn om minigesprekjes te voeren met onbekenden, zo fijn om een glimlachende conducteur voor me te hebben staan en zo fijn om gewoon nog in te kunnen checken en "Voordeeluren 40% korting" op het schermpje te zien verschijnen, ook al is het boek wat ik lees Noors en de simkaart in mijn telefoon ook.

24 uur ben ik nu in Nederland en nu al was ik socialer dan normaal in één week Oslo. Van Schiphol treinde ik naar Utrecht, een vriendin haalde me op en we knuffelden en kletsten en lachten en dronken thee, terwijl ik sliep kreeg ik kattenknuffels, ik werd wakker van de geur van broodjes in de oven en daarna ontbeten we met meer thee en yoghurt, ik kocht een heel fijn laatste Sinterklaaskadootje, at een kaneelbroodje en kletste met vriendin nummer twee, liep langs het water onder de herfstbomen door, langs bakstenen huizen en fietsen aan alle kanten om vriendin drie te knuffelen, meer thee te drinken en nog meer te kletsen en lachen. Toen was het nog maar twee uur en iets later reed ik de stad uit, Brabant in, het platteland op, Brabant uit, Limburg in, tussen de koeien en de schapen door, de beek over naar mijn eigen station. Nu ben ik thuis.

Ik voel me klein tussen de Nederlanders, ik voel me een vreemde als ik Noorse zinnen denk of iemand naar mijn boek zie kijken, maar ik voel me zo thuis als de jongen in de koffiebar grapjes maakt, ik gewoon mijn Rabobankpas kan gebruiken en pepernoten en zuurkool en een Mona-toetje eet en klets met jongens die ik eigenlijk niet ken zonder dat het een date is (of hoeft te zijn).

Om mijn Nederlandheid te compenseren luister ik mijn Noorse liedjes-playlist die ik nu keihard meezing en dat is ook fijn. Maar toch, een dag woon ik gewoon weer in Nederland hoor.

Reisdagboek
23.11.2014


Na 1 uur en 10 minuten vliegen landde ik in the world's happiest nation, Denemarken. 2 landen, 4 steden, 1 kartonnen wijnvat (rood), 1 Leffe Brune (!), ? slechtere biertjes, 0 kanelbullar, 1 (fantastische) kardemombulle, 1 snurkend kamergenootje, 2 bedden die groter waren dan mijn eigen, 553 kilometer over snelweg en treinrails, elke dag fika en ? (heel veel) gelach, knuffels en hondenlikken in mijn snoet verder was ik terug in Oslo. Soms moet ik even weg om thuis te komen.

KOPENHAGEN
is plots een vreemde mix tussen Amsterdam en Oslo, met fietsen en bakstenen huizen en geen bergen (of heuvels) maar ook wel pastelhuizen en kleurloze fietspaden. De magie die ik me herinner van mijn vorige bezoekjes is kwijt en eigenlijk wil ik gewoon meteen door naar Nederland, als het er toch al op moet lijken. Wel leuk: alles is goedkoop! (Let op, dit kan Noors perspectief zijn.) Nooit worden verrast door vals plat! Mensen kletsen!



1. Brunch, dat kunnen de Denen. Ik testte die bij Paludan Bogcafé, waar naast heel veel boeken en kunst tegen de muur ook een N.E.C.-sticker te vinden is op het linker toilet. Maar serieus: zonder brunch (bij Paludan) mag je Kopenhagen niet verlaten. Ik had de vegetarische (met o.a. yoghurt, een geitenkaastaartje, rugbrød en hummus) en HALLELUJA. Bijna twee uur heb ik gesmikkeld.

2. Nørrebro is "vies", maar fijn. Vol (kleurgesorteerde) fietsenwinkels, toffe winkels zonder naam (zie rechter foto) en de begraafplaats waar bij mooi weer tussen de graven wordt gepicknickt.

3. Ik was eigenlijk best klaar met Kopenhagen toen ik toch wilde eten voor ik de trein zou pakken, dus ging voor een laat ontbijt bij Kompa'9 - ZO GEEN SPIJT VAN. Hun yoghurt is fantastisch, de tafels zijn mooi en er zijn zoveel bloemen. En ik kletste gezellig met het Amerikaanse meisje tegenover me terwijl we allebei in ons reisdagboek schreven en onze yoghurt een beetje vergaten.

Toen nam ik dus de trein naar Zweden, de Øresundsbrug over. (Ja, dé brug ja.)

LUND
is de grootste verrassing, zo leuk en lief en fijn en aaaaah. Het bewijs dat ik echt meer van kleine stadjes ben, ook wel. De huizen zijn laag, er zijn kronkelstraatjes en kinderkopjes en in ongeveer 5 uur zag ik de hele stad. 5 uur duurde het tot ik een beetje verliefd was op Lund.



1. Lund is zo fijn klein dat gewoon rondlopen je echt een boel fijns brengt. Verdwalen kun je niet en de mooiste plekjes missen dus ook nauwelijks.

2. St. Jakops Stenugnsbageri is wel een must en dan vooral de fantastische kardemombullar die ze daar hebben. Het lekkerste wat ik gehad heb, sowieso. En het ruikt er zo lekker, als je thee bestelt krijg je een enorme mok warm water en een zakje wat je zelf mag vullen en er mogen dan minder zitplaatsen zijn dan mensen (en iets te veel Nederlandse uitwisselingsstudenten), maar daar kon ik echt helemaal niet mee zitten.

3. Er was een toffe interactieve tentoonstelling over beweging, maar Lunds konsthall schijnt altijd een aanrader te zijn.

MALMÖ
is de 3e stad van Zweden en ook een verrassing, wat niet raar is als de reisboeken bijna unaniem negatief spreken. Ja, er is nogal veel industrie en ja, er zijn veel kebab- en falafelzaken (Jalla Jalla is fantastisch!), maar er zijn ook kinderkopjes en vakwerkhuizen en er is Lagerhaus en de zee?!



1. Het was zo fijn om even uit te waaien aan de zee, met zandstranden en de fancy Turning Torso, de op een na hoogste flat van Europa. 's Winters kun je zelfs nog overdekt zwemmen in de zee.

2. Folkets park is een van de redenen dat ik in de lente terug wil naar Malmö. Het is het oudste openbare park ter wereld, met het broertje van de Fata Morgana van de Efteling (waar je heel goed schijnt te kunnen feesten) en gewoon veel fijns.

3. Het allerfijnste was echter de weekendbrunch bij Chez Madame. Thee en "wentelteefjes" (fattiga riddare) en scones om te delen. NAM.

Ik rij Malmö uit met een Bus4You-bus en denk voor een zoveelste keer dat Nederland (en België en Duitsland) ook zoiets zouden moeten hebben, dat je gewoon voor enkele euro's enkele keren per dag met de bus naar een stad veel verder weg kunt. Mijn bus kwam van Kopenhagen en rijdt nog door naar Oslo, maar ik stap in Göteborg uit, na door "Nederland" te zijn gereden.

GÖTEBORG
is zo gezellig als ik me herinner, met pinguïns (!) in het park en een straat met Lagerhaus, Granit en DesignTorget bij elkaar. Maar ik ben wel al weer klaar voor Oslo, nu eigenlijk.



1. Ik sliep bij een vriend die niet ver van Älvsborgsbron vandaan woont, van waaruit je mooi uitzicht hebt over heel Göteborg, dus daar nam hij me mee naartoe. En dat was dus mooi.

2. Långgatorna is een wijk die me deed denken aan de 9 Straatjes, maar niet zo centraal en iets minder geordend (nog). Het zullen de tweedehands winkels zijn denk ik - en de leuke cafétjes. Ik testte Two Little Birds en dat is een aanrader.

3. Een laatste aanrader is het "hot dog"-kraampje op Mariaplan, vooral omdat hij zo schattig en mooi is, maar de (vega) worsten smaken ook prima hoor.

Tot zo ver.
Nu geniet ik weer van Oslo.

Kopenhagen, Lund, Malmö, Göteborg
11.11.2014


, thuis.



Oslo is natter en kouder dan alle plekken die ik de afgelopen vijf dagen zag bij elkaar, maar dat geeft niet want toen ik door veel te groot Kopenhagen liep wilde ik best naar huis. Toen ik in de bus door Skåne reed kon ik best nog uren blijven zitten, meteen door naar huis. En toen ik gistermiddag de bus instapte met bestemming Oslo vond ik dat niet erg, maar wilde ik naar huis.

Na 5 fijne dagen, 4 fijne steden, een handjevol fijne mensen en vooral veel fijne plekken ben ik nu dus weer thuis, in Oslo, en ik noemde Oslo inderdaad nu al een paar keer thuis. Oslo is thuis.

(Doel bereikt.)

Oslopgesloten
5.11.14


Drie maanden (werkend) in Oslo en geen dag buiten de stadsgrenzen. Gelukkig is er het fjord, het bos, de bergen, de meren, de rivier. Gelukkig is Oslo mooi. Gelukkig verschillen de wijken genoeg om middagjes te kunnen doen alsof je ergens anders ben en gelukkig is er een gratis Ikea-bus die daadwerkelijk met je de stad uitrijdt (zonder dat het je een cent kost). Gelukkig voelt het niet als opgesloten, maar eigenlijk ben ik dat wel een beetje. Opgesloten in Oslo, opgeslokt door Oslo.

Het voordeel: na 92 hele dagen in één en dezelfde stad heb ik ondertussen wel meer dan de helft van de wijken heb gezien en dus overal een beetje herinneringen gekweekt. Hurra.



1. Rodeløkka.
Het is een zaterdagochtend die begint met muesli-ontbijt met heel (!) veel fruit en eindigt met drie kokosbollen in een doosje. Eén gewone, twee met dropsmaak. Ik had haar niet eerder ontmoet, maar we kletsen en lachen en maken grapjes, om na dat kleine uur en grote ontbijt te besluiten nog even door de mooiste tuin te wandelen. Appels aan de bomen en gras tussen onze tenen.

2. Grünerløkka.
Het regent, maar dat maakt niet uit wanneer ik voor het eerst in mijn blauw-met-roze regenlaarzen rondhuppel en ren en dans zonder ook maar één natte teen te krijgen. Ik spring in een plas zoals ik als 5-jarige altijd deed als het regende en vergeet in mijn enthousiasme dat hij die in gewone schoenen naast me loopt niet zo blij wordt van de spetters. Sorry. We drinken thee en warmen op en blazen rookwolkjes van de kou als we weer buiten zijn (en ik spring weer in wat plassen).

3. Gamlebyen.
Ik loop van mijn twintigste hospiteermiddag terug naar de tramhalte, voorbij mooie huizen en mosterdgeel Volkswagen-busje, met een goed gevoel ook wel. (Ik kreeg de kamer niet.)



4. Sagene.
Onder de grootste steen in de tuin achter het (licht)gele hek ligt de sleutel van het huis waar ik geen eigen sleutel van heb, en ook niet echt woon, maar wel "zolang als het nodig is" de bank mijn bank mag noemen. Ik val bijna elke avond in slaap naast de kat des huizes, ontbijt nooit alleen en heb elke avond wel iemand om mee te kletsen of film te kijken op die bank. Zonder het liefste Noorse meisje had ik die maand dat ik geen eigen kamer had al mijn spaargeld er doorheen moeten jassen (ofzo). Zonder haar stelt Oslo sowieso een stuk minder voor.

5. Majorstua.
Toen de grootste spin die ik ooit zag door mijn kamer huppelde smste ik hem meteen, die binnen een seconde reageerde en me geruststelde (voor zover dat ging). Dus we spreken af. We frisbeegolven, ik blijk een natuurtalent en val bovendien in de modder, waardoor de buschauffeur ons niet graag meer heeft en we het Koreaanse restaurant niet binnen durven. Pizza kan wel. We kletsen en lachen en eten onze pizza's pas als ze al afgekoeld zijn en mijn hoofd eindigt op zijn schouder en zijn hand in de mijne en hij neemt de metro en ik de bus en we zien elkaar nooit meer.

6. St. Hanshaugen.
Mooie huizen, mooie winkels, mooie planten, wietplanten in de struiken (en niemand die eraan komt), bergaf op de fiets zodat je niet genoeg versnellingen hebt en barbecueën en Zweedse puzzels oplossen en rondjes door het park lopen omdat we de uitgang niet kunnen vinden.

7. Frogner.
- Stiller dan hier op een doordeweekse avond in de zomer wordt het zeker niet? vraagt vrolijke zij met haar krulletjes die bij me op bezoek is. - Ik denk het niet, nee. Dus we lopen midden op de straat, gaan op het kruispunt zitten en kijken de weg naar beneden af over het fjord, langs de mooiste huizen in pastelkleuren en met torentjes en achter elke deur een binnenplaats verstopt, waarvan ik het merendeel nooit zal zien. Bijna elf uur en het is nog licht. We proosten met flesjes water op de zomer, op Oslo, op elkaar, op het leven.

8. Torshov.
We kopen de laatste barbecue bij onze supermarkt, een party-uitvoering omdat de rest al weken uitverkocht schijnt te zijn. De zomer is plots terug, al zijn wij de enige die nog barbecueën in Torshovparken. We filmen radslagen in slow motion met Huisgenoots nieuwe iPhone, ik ga scheef en hij valt op zijn kont en pas wanneer de zon helemaal weg is, het zelfs onder het dekentje te koud is en onze aardbeien + marshmallows + chocola opgegeten zijn, zeggen we de zomer gedag.



9. Bislett.
Op de hoek bij de speeltuin, tegenover het balkon met in de WK-tijd een oranje vlag en heuse knuffel-leeuw, zeggen we Doei en Misschien wel tot snel, of niet? - Ja, tot snel. Hij lacht en ik ook en terwijl de kindjes om ons heen rennen vergeet ik de rest van de wereld even in de langste / fijnste / gezelligste / meest onverwachte / beste knuffel van de zomer. Van het jaar. Van Oslo.

10. Kampen.
Bezoek brengt me altijd naar stukje Oslo die ik niet eerder zag, zoals Kampen op een zonnige woensdagmiddag die plots verrast werd door stortregen. De houten huisjes bestaan in alle mogelijke kleuren en aangezien zelfs de daken geverfd zijn dacht ik alleen maar: Reykjavík! Reykjavík! Reykjavík! Dat is het niet, maar toch.

11. Bjølsen.
Eén middag in het studentenwijkje, incl. eten en wijn en appelflappen.

12. Tøyen.
In plaats van wijn drinken in zijn tuin wandelen we door de botanische tuin en kletsen alsof we elkaar al jaren kennen, maar het tegendeel is waar. De planten in de enorme kassen zijn prachtig en de vlinders in de vlindertuin misschien nog wel mooier, maar we slaan alles over en drinken liever koffie en kletsen meer en wandelen door de hele stad om op de hoek bij de speeltuin, tegenover het balkon met in de WK-tijd een oranje vlag en heuse knuffel-leeuw zeggen we Doei en Misschien wel tot snel, of niet? - Ja, tot snel.

13. Vika.
- Hier is de catwalk van Oslo, hier gaat het erom hoe je eruit ziet, wordt me verteld. Ik kijk om me heen en lach omdat het ene na het andere meisje halfstruikelend op veel te hoge hakken (en in té korte rokjes) voorbij komt. Eens en waarschijnlijk niet zo vaak meer.

14. Grønland.
Groenland, waar meer kleuren en culturen en talen bij elkaar komen dan in de rest van Oslo bij elkaar. Elke keer als ik de tram naar Brugata neem en de weg oversteek om de Grønland-ghetto in te slenteren voel ik me soortvan thuis. Grønland is alles wat ik soms aan Brussel mis: goedkope groente en fruit, (heerlijk) gek eten, mensen die je aankijken (maar je nooit lastig vallen, het blijft Noorwegen) en de fijnste feestjes en concerten. Åh, Grønland. Grønland kleurt de stad.



15. Ila.
Het beste geheim van Oslo zit op de hoek van Kingos gate, als je het mij vraagt. Hier eet je de beste humus en falafel van de hele stad (ja, beter dan in Grønland) terwijl je denkt in een tienerkamer beland te zijn, met een paar eerste planten, gekleurde lichtjes en ontelbaar veel uitgeknipte stukjes tijdschrift en quotes op de muren. Hier speel ik tafelvoetbal en kom ik elke week terug.

16. Akerbrygge.
- Hier is de verlengde catwalk van Oslo. Hier moet je ook enorm op je uiterlijk letten, vooral als je uit wil gaan of fancy vis wil eten, vervolgt mijn gids zijn verhaal. Ik negeer Akerbrygge altijd, op het uiterste puntje met misschien wel het mooiste stukje stadsstrand en het moderne museum na. Het interessante wat ik hoor is het feit dat de hele straat vloerverwarming heeft (!) en het mooiste wat ik zie een stukje kleurrijke graffiti tussen alle grijze, hoge, spiegelachtige gebouwen. Het beste wat we die middag doen? Akerbrygge weer verlaten.

17. Ekeberg.
Terwijl we hartje zomer in de museumwinkel van Nasjonalgalleriet staan en Noorderlicht-kaarten bekijken vraagt ze me semi-serieus of we die vannacht misschien ook kunnen zien. - Zullen we zo even naar de toeristeninfo gaan om te checken hoe laat de show begint? Ik lach en zeg dat ik haar in elk geval het mooiste uitzicht van Oslo kan laten zien, wat ik zelf ooit op een andere ansichtkaart zag. Maar mijn normaal zo betrouwbare GPS laat me dit keer grandioos in de steek, want op de snelweg kun je niet wandelen en steile bergen klim je niet zomaar op. We lopen achter elkaar langs de snelweg, bijna een uur om een bushalte te vinden die ons toch naar het uitzicht brengt. Utsikten blijkt echter de foute halte, maar gelukkig worden we op tijd gewaarschuwd en zien het dus toch. Het uitzicht. - Maar ik had liever het Noorderlicht gezien, hoor.

18. Fagerborg.
Zeven weken woonde ik in een kamer die niet van mij was, om vervolgens twee weken op een appartementje te passen wat óók niet van mij is, maar wel een beetje zo voelde. Ik huppel in mijn blote kont van de douche naar m'n kleding die op bed liggen en bak eitjes in mijn onderbroek.



Oslo is nog altijd mijn lievelings, maar het is even een beetje te veel. Daarom neem ik over 24 uur een vliegtuig om de komende dagen even niet langer aan Torshov of Bislett of Grünerløkka te denken, maar aan Nørrebro en Vesterbro, aan Køben en Skåne, aan nieuwe plekken nieuwe dingen nieuwe herinneringen. En hopelijk een beetje aan Oslo, zodat ik zin heb om weer terug te gaan.

Korea, i
2.11.2014


Normaal krijg ik de dingen wel verwoord, maar eerder dit jaar bleef het een maand lang stil in mijn notitieboek. Naast een compleet nieuwe sokkengarderobe bracht ik dus ook een hoofd vol woorden en zinnen en verhalen mee uit Korea, die nog altijd neergeschreven moeten worden.

Het was vroeg en de zonnestralen splitsten zich om door de tralies voor mijn raam naar binnen te komen, in strepen over mijn bed te vallen en mij wakker te maken. Mijn eerste ontbijt van het soort wat in mijn reisdagboek zou gaan als "Koreaans hostelontbijt" (geroosterd brood met aardbeien- jam) smaakte nog prima en mijn to do-lijstje kon nog bijna helemaal af worden gestreept.

Die ochtend wandelde ik langs twee van de paleizen, Changgyeonggung en Gyeongbokgung.
's Middags was ik in Bukchon, Oud-Seoul.



Het was bergop en -af, over kinderkopjes, onder ingewikkelde constructies van elektriciteitskabels, hier en daar een kersenbloesemboom en overal zwarte hoofdjes. Een man van minimaal zeventig jaar werkte in zijn tuintje (stenen bak met wat aarde en drie plantjes), meisjes nemen giechelend selfies, kindjes spelen kriskras door de hele wijk en vaders houden hun nog kleine kindjes stevig in de hand op weg naar huis. Mensen bellen, sms'en, drinken take-away koffie, eten broodjes (of toch echt iets wat erop lijkt), lachen, kletsen, fluiten, zingen, rennen, vallen, huilen, gaan naar school en werk en weer naar huis. Mensen slapen, mensen ademen, mensen leven.

Life is so different here, but at the same time so normal, instagramde ik toen ik daar rondliep. De bergen, de vreemde klanken, de gekke geuren, de uitgestorven straten (en propvolle metro's) en de onuitspreekbare gerechten met smaken die ik niet eerder proefde verdwenen zonder moeite naar de achtergrond en ik besefte me dat alles eigenlijk gewoon heel normaal is daar, op meer dan 8000 kilometer van huis. In gewoon een straat, in gewoon een stad, in gewoon een land.